Zo had Amsterdam tijdens strenge winters toch genoeg drinkwater: 'Er valt reegen genoeg van den heemel'
In dit artikel:
In de 18de eeuw raakte Amsterdam in strenge winters regelmatig zonder drinkwater, omdat bevroren binnenwateren de aanvoer per waterschuit stillegden. Na de ijskoude winter van 1754-1755 liet het stadsbestuur daarom in 1755 onderzoeken hoeveel regenwater kerken, gasthuizen en weeshuizen konden opslaan en hoe dat beter kon. Stadsmetselaar Coenraad Hoeneker bleek daarbij een fanatiek pleitbezorger van grote ondergrondse waterkelders: volgens hem viel er genoeg regen, maar werd die te weinig vastgehouden. Instellingen als het Oudemannen- en Vrouwengasthuis, het Pesthuis, het Sint-Pietersgasthuis en het Maagdenhuis breidden hun waterberging in de jaren erna flink uit. Het stadsbestuur zelf handelde veel trager; pas in 1790 begon de aanleg van grote stedelijke reinwaterkelders. Ondertussen bleven arme Amsterdammers afhankelijk van huiszittenhuizen, waar zij water konden kopen. Veel van deze waterkelders zijn vandaag de dag vergeten, al liggen ze vaak nog steeds onder de stad verscholen.
De Oranjezomer: Robert Maaskant stoort zich aan spelersvrouwen op social media: 'Laat spelers hun werk doen!'