Wethouder Slettenhaar verlaat Castricum: "Ik heb doodsbedreigingen gekregen, maar ik wijk niet"
In dit artikel:
Wethouder Paul Slettenhaar (VVD) neemt na acht jaar afscheid van Castricum en verhuist terug naar zijn woonplaats Amstelveen, waar hij opnieuw actief wordt in de lokale politiek. Tijdens zijn ambtsperiode maakte hij vooral indruk op woningbouw en verkeersveiligheid: hij realiseerde uiteenlopende nieuwbouwprojecten — van sociale huur tot betaalbare koop voor starters — en zette zich in voor maatregelen op gevaarlijke verkeersassen, onder meer de komst van een focusflitser op de N203 nadat daar dodelijke ongevallen hadden plaatsgevonden.
Slettenhaar noemt sleuteloverdrachten van woningen en zichtbare verbeteringen in de openbare ruimte als de zaken die hem het meest bevredigden. Tegelijk erkent hij dat niet alle plannen afgerond zijn; sommige projecten, zoals de vernieuwing van winkelcentrum Geesterduin, draagt hij over aan opvolgers of aan de burgemeester die het bestuur tijdelijk waarneemt. Hij benadrukt dat besturen per definitie tijdelijk is: hij was aanvankelijk voor vier jaar benoemd, maar bleef acht jaar.
Zijn woningbeleid leverde zowel succes als discussie op. Hij is trots op de diversiteit aan bouwprojecten, maar waarschuwt dat landelijke sturing en strakke regels — genoemd wordt voormalig minister Hugo de Jonge — lokaal maatwerk beperken. Als liberaal pleit hij ernaar om marktpartijen als partners te zien die bouwresultaten mogelijk maken. Over de positie van statushouders hield hij een standvastig standpunt: hij steunde het beleid van sobere, tijdelijke huisvesting en vond dat erkende vluchtelingen geen voorrang op sociale huurwoningen moeten krijgen boven inwoners die al op wachtlijst staan. Dat beleid leidde tot veel debat — van scherpe kritiek tot zelfs doodsbedreigingen — en heeft hem soms gepolariseerd in de lokale politiek.
De kwaliteit van sommige tijdelijke woonlocaties voor statushouders stond ter discussie; er kwamen klachten over schimmel en ventilatie. Slettenhaar wijst erop dat niet alle locaties problematisch zijn en noemt de nieuwe locatie ‘Wonen bij Cas’ als een voorbeeld dat breed positief wordt beoordeeld. Hij verdedigt dat Castricum deze mensen huisvest, maar zonder voorrangssystemen die anderen zouden benadelen.
Een onverwachte leerervaring was zijn grotere respect voor agrariërs: opgegroeid en bestuurlijk gevormd in stedelijk gebied, moest hij in Castricum wennen aan landelijke belangen zoals landbouwverkeer en merkte hij dat boeren een belangrijk onderdeel van de lokale gemeenschap zijn. Verder zag hij het behoud van de binnenduinrand en het voorkomen van elektriciteitsmasten door kwetsbare natuurgebieden als belangrijke dossiers.
In Amstelveen wil Slettenhaar zich richten op veel koopwoningen, eerlijke toewijzing van sociale huur, verkeersveiligheid en de veiligheid van onder andere de joodse gemeenschap — onderwerpen die aansluiten bij zijn eerdere accenten in Castricum.