Vier maanden na moord op Lisa: gemeenten willen ingrijpen, maar actie blijft uit

vrijdag, 2 januari 2026 (06:41) - NH Nieuws

In dit artikel:

De moord op de 17‑jarige Lisa uit Abcoude in de nacht van 19 op 20 augustus — toen ze na een avond uit op haar e‑bike vanuit het Leidseplein naar huis fietste en door een onbekende man in een sloot werd geduwd en later werd neergestoken — schudde de regio en het land wakker. Landelijke acties en de campagne 'Wij eisen de nacht op' leidden tot verlichte fietstochten, demonstraties, femicidemarsen en oranje verlichte gebouwen, en riep gemeenten op om iets te doen aan de veiligheid van vrouwen in de publieke ruimte.

Een rondgang van NH onder twintig Noord‑Hollandse gemeenten, ruim vier maanden na de moord, laat zien dat die oproep in de praktijk grotendeels niet is vertaald naar snelle, zichtbare ingrepen. Bij de meeste gemeenten staat eerst inventarisatie van knelpunten op de planning: bijeenkomsten, veiligheidsschouwen en consultaties met vrouwen, lhbti’ers en jongeren moeten eerst duidelijk maken waar mensen zich onveilig voelen. Schagen organiseerde bijvoorbeeld luisterbijeenkomsten die als basis voor een actieplan moeten dienen; Beverwijk start binnenkort veiligheidsschouwen.

Slechts een klein aantal gemeenten heeft concrete locaties in beeld of al maatregelen genomen, maar vaak stuiten plannen op praktische of bestuurlijke obstakels. Wijdemeren wil al jaren een berucht, donker fietspad langs de Vreelandseweg verlichten, maar de provincie weigert vanwege geringe gebruiksfrequentie en ecologische effecten. Hollands Kroon worstelt met het grote aantal landbouwwegen, Alkmaar kampt met lange levertijden waardoor verlichting pas in het tweede kwartaal van 2026 verwacht wordt, en Waterland onderzoekt een app waarmee gebruikers verlichting kunnen aansteken — ook dat vergt tijd.

Vijf gemeenten geven expliciet aan geen extra stappen te zetten: redenen variëren van het ontbreken van meldingen over onveiligheid (Bloemendaal, Edam‑Volendam) tot een beleidskeuze om veiligheid integraal te benaderen zonder speciale maatregelen voor vrouwen (bijv. Heemskerk).

Enkele concrete aanpassingen zijn er wel. In Ouder‑Amstel — waar Lisa werd vermoord — hingen kort na het incident camera’s, is het gras langs het dodelijke fietspad kort gehouden en is de verlichting versterkt. Amsterdam voerde binnen vijf maanden meerdere zichtbare veranderingen door: lichtkunst in een tunnel (Weesp), extra snoeiwerk en verlichting op donkere fietsroutes en haltes, en de introductie van een buddysysteem (bike‑buddies) vanaf grote evenementenlocaties. Dijk en Waard vroeg mobiele surveillance extra te letten op jonge vrouwen, bijvoorbeeld bij supermarkten rond sluitingstijd.

Gemeenten benadrukken dat aanpassingen in de openbare ruimte slechts één onderdeel van een bredere aanpak zijn en dat samenwerking met vrouwen en meisjes nodig blijft om effectieve maatregelen te bepalen. De NH‑ronde toont echter aan dat politieke wil en maatschappelijke druk niet automatisch leiden tot snelle, uniforme verbeteringen: veel voorstellen stranden in overleg, financiering, bevoegdheden of uitvoerbaarheid.