20.000 euro huurachterstand voor verhuurder, nadat huurder uit friendswoning verhuist
In dit artikel:
In Amsterdam-Noord liep een bewoner van een friendswoning tegen problemen aan nadat zijn medehuurder in november 2024 vertrok. Beide stonden sinds 1 augustus 2021 op dezelfde huurovereenkomst voor een maandelijkse huur van €1.896; de overeenkomst bepaalde dat één huurder niet eenzijdig kon vertrekken en dat een vervanger alleen 'onder voorwaarden' door de verhuurder geaccepteerd kon worden. De achtergebleven huurder kreeg meerdere termijnen om een opvolger te vinden (tot 1 dec. 2024, vervolgens tot 1 apr. en 14 mei 2025). Kandidaten werden door de verhuurder afgewezen; pas op 14 mei 2025 kwam opnieuw een kandidaat, maar pas in november 2025 werd een aanvullend juridisch document als bijlage bij het contract gevoegd. Intussen had de verhuurder op 9 oktober 2025 een dagvaarding ingediend en eiste circa €20.000 aan achterstallige huur en rente en ontbinding van het contract.
De bewoner stelde dat hij zijn aandeel steeds betaalde en meerdere vervangers aan had gedragen. De kantonrechter oordeelde echter dat huurders hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de volledige huur, zodat de resterende huurder medeverantwoordelijk is voor de achterstand. Omdat zowel het handelen van huurder als verhuurder heeft bijgedragen aan de vertraging bij het vinden van een nieuwe huurder, vond de rechter ontbinding niet gerechtvaardigd. Wel moet de gezamenlijke huurachterstand van €19.255 (tot 31 okt. 2025) plus rente en latere achterstanden worden voldaan; wie welk deel betaalt, moeten de voormalige en huidige huurder onderling regelen. Een eventuele nieuwe medehuurder kan later intrekken zonder de bestaande schuld over te nemen.