Van de redactie: lokale politiek meer en meer aan landelijke partijen
In dit artikel:
Lokale partijen boekten opnieuw goede verkiezingsresultaten, maar scoren niet altijd even goed bij de collegevorming: vaak zijn het landelijke partijen die uiteindelijk de sleutelposities bezetten. Een rondgang langs gemeenten zoals Alkmaar, Dijk en Waard, Heiloo, Castricum, Bergen, Uitgeest, Hoorn, Koggenland en Opmeer laat een terugkerend beeld zien: lokale winnaars zitten soms naast de onderhandelingstafel of belanden in de oppositie, terwijl bestuursblokken van VVD, CDA, PvdA/GroenLinks of andere landelijke formaties elkaar vinden.
Voorbeelden: in Alkmaar won de lokale partij BAS maar verloor wel het initiatief aan de fusiepartij GroenLinks–PvdA tijdens de formatie. In Dijk en Waard werd de Dijk en Waardse Onafhankelijke Partij (DOP) niet verder betrokken bij gesprekken; in Bergen miste de grootste lokale partij aansluiting en ging KiesLokaal met landelijke partijen door. Ook nieuwkomer Onafhankelijk Uitgeest kwam niet in het college terecht en Hart van Hoorn bleef buiten de coalitie.
De verklaring ligt deels in de veranderende bestuurlijke werkelijkheid: gemeenten krijgen grotere en complexere opgaven met minder speelruimte en schaarser geld, terwijl het Rijk via financiering en taakverdeling steeds sterker regisseert. Een concreet knelpunt is de spreidingswet en de verplichting om opvangplekken te realiseren; dat zet lokale meerderheden die zich op eigen koers baseerden onder druk. Daardoor is het voor coalitievormers vaak eenvoudiger om een college te smeden dat dicht bij landelijke kaders blijft.
Lokale partijen zijn dus niet uitgespeeld, maar om structureel mee te tellen moeten ze zich vaker schikken naar nationale trends of sterkere electorale druk creëren om ander lokaal beleid mogelijk te maken.