Uitslag matching op komst: dit moet je weten over de loting voor middelbare scholen in Amsterdam
In dit artikel:
Op 9 april krijgen Amsterdamse ouders en achtstegroepers te zien waar ze zijn geplaatst: na de open dagen moesten leerlingen een rangorde van favoriet naar minder favoriet indienen voor de scholenloting. De lengte van die lijst hangt af van het advies van de basisschool: vmbo-basis/-kader leerlingen leveren vier scholen in, vmbo-t of vmbo-t/havo zes, en havo, havo/vwo of vwo-leerlingen mogen een top twaalf opgeven.
Iedere leerling krijgt één lotnummer; die volgorde bepaalt per school wie voorrang heeft. Na publicatie van het lotnummer verschijnt meteen de toegewezen school; wie niet op zijn hoogste keus terechtkomt, belandt automatisch op de reservelijst voor eerder gekozen scholen. Een lager lotnummer is gunstiger. Ruilen tussen leerlingen is sinds de invoering van het enkele lotnummer (definitief vanaf 2016) in principe niet meer mogelijk.
De huidige centrale loting ontstond na problemen met het oude, decentrale systeem en een mislukte proef in 2015 waarin leerlingen per school een lotnummer hadden. Een rechtszaak in 2017 door ouders die bij alle twaalf keuzes waren uitgeloot leidde tot een plaatsingsgarantie: scholen reserveren in elke klas één extra plaats voor kinderen met extreem ongunstige lotnummers. Daarnaast is er recent de zogenaamde staartverbetering toegepast om kinderen op plek 11 of 12 meer kans te geven alsnog hoger op hun lijst geplaatst te worden.
Toch ontstaan er nog onverwachte uitkomsten door verdringing: kinderen met betere lotnummers “lopen voor” op anderen, ook bij scholen die niet per se te veel aanmeldingen hebben. Uit onderzoek van de stichting Vrije Schoolkeuze Amsterdam blijkt dat ongeveer 27 procent van de uitlotingsgevallen door verdringing ontstaat. Dat betekent dat scholen niet altijd precies de leerlingen krijgen die bewust voor hen kozen, en sommige leerlingen terechtkomen op typen onderwijs die ze niet hadden verwacht.
De succespercentages (aantal leerlingen op eerste keuze) schommelen: van 83 procent in 2019 naar wisselende cijfers daarna — 78,4 procent in 2023 en 76,1 procent in 2024 — waarbij grote verschillen bestaan tussen adviesgroepen. Inmiddels krijgt bijna 60 procent van Amsterdams basisschoolleerlingen minimaal een havo-advies; daardoor is het aantal vmbo-leerlingen gedaald, met overcapaciteit op vmbo-scholen en krapte bij havo/vwo-instellingen. Leerlingen met een havo/vwo-advies hebben daardoor gemiddeld de kleinste kans in de loting.
Populaire scholen zijn vaak die met brede brugklassen, een herkenbaar onderwijsconcept (bijv. dalton, montessori, vrije school) of een duidelijke focus waardoor ouders bang zijn dat hun kind te snel gedeclassificeerd wordt. Namen die de afgelopen jaren veel gekozen werden zijn onder andere het St. Nicolaaslyceum, Spinoza, Metis en MLA.
Voor ouders die het niet eens zijn met plaatsing is er een bezwaarprocedure (binnen zes weken) die sinds vorig jaar door een toetsingscommissie wordt behandeld; de belangenorganisatie OCO kan helpen bij het opstellen van een bezwaarschrift. De meeste klachten worden afgewezen, maar bij aantoonbare fouten zoekt de gemeente of het schoolbestuur vaak naar een oplossing. Osvo raadt ouders aan niet te wachten met het indienen van klachten om hun kansen op een passende oplossing te vergroten.