Twijfel zaaien over rol Heerhugowaarder bij kunstroof Drents Museum : advocaten vragen vrijspraak
In dit artikel:
De 35‑jarige Heerhugowaarder Bernhard Z. ontkent dat hij tijdens de spectaculaire roof in het Drents Museum in Assen daadwerkelijk in het museum aanwezig was of wist dat er geplande diefstal zou plaatsvinden. Op de tweede zittingsdag van het proces voerden zijn advocaten het woord en stelden dat het bewijs van justitie die directe koppeling ontbreekt. Tegen Bernhard Z., samen met medeverdachten Douglas Chesley W. en Jan B., loopt een zaak over de buit van kostbare Roemeense voorwerpen, waaronder de beroemde gouden Helm van Coțofenești en twee armbanden.
Z. geeft toe dat hij in de aanloop naar de roof praktische zaken zou hebben geregeld — zoals het regelen van auto’s, kentekenplaten en een sporttas — maar benadrukt dat zijn betrokkenheid volgens hem bij die voorbereidingen ophield. In het museum zelf zijn volgens zijn verdediging geen DNA‑sporen of vingerafdrukken van hem aangetroffen en op camerabeelden zou hij niet herkenbaar zijn; ook zou het omschreven postuur van de daders niet overeenkomen met dat van Z. Desondanks wijst het Openbaar Ministerie op DNA‑sporen van Z. op gedumpte kleding die bij de roof zou zijn gebruikt. De verdediging verklaart dat die kleding in een door Z. gekochte sporttas zat en stelt dat die vondst daarmee niet voldoende is om hem aan de roof te binden.
Twee medeverdachten sloten wel een deal met het OM: zij leverden een groot deel van de buit in en kregen in ruil daarvoor lagere strafeisen. Voor Z. werd geen vergelijkbare regeling getroffen. Zijn advocaten voeren ook aan dat niet grondig genoeg is onderzocht wie nog meer bij de roof betrokken kan zijn, en wijzen op een Roemeense man die kort voor de diefstal het museum binnenging terwijl het gesloten was en met een grote tas naar de tentoonstellingsruimte liep.
Het OM verdedigt dat er breed onderzoek is gedaan naar mogelijke andere betrokkenen en ziet geen aanwijzingen voor derden als daders. Bernhard Z. sloot zijn laatste woord af met een oproep om eerlijkheid in de uitspraak; de rechtbank doet uitspraak op 5 juni.