Nestcontrole kerkuilen mondt uit in reddingsactie
In dit artikel:
De kerkuilen in Haarlemmermeer beleven een uitzonderlijk succesvol broedseizoen. Uilenexpert Bert-Jan Bol en vrijwilliger Roel Draijer telden tot nu toe 26 broedsels, waarmee het record uit 2019 al is geëvenaard. Omdat het broedseizoen nog enkele weken duurt, verwachten zij dat 2026 een nieuw recordjaar kan worden.
De belangrijkste oorzaak is de grote hoeveelheid muizen dit jaar. Daardoor kunnen kerkuilen meer jongen grootbrengen: nesten met zeven jongen zijn nu niet ongewoon en bij drie nesten werden zelfs negen eieren of jongen gevonden. Ook beginnen de vogels vaker aan een tweede leg. Het aantal late of tweede broedsels is gestegen van elf in 2019 naar zestien dit jaar.
Bol en Draijer controleren de nesten, waarbij ze de jonge uilen wegen, meten en ringen. Hun werk bouwt voort op een project dat in 1989 begon met het ophangen van nestkasten. De eerste jaren bleven die vrijwel leeg; pas vanaf 1995 werden jaarlijks broedsels gevonden. Sindsdien groeide de populatie van ongeveer vijf tot tien broedparen in de jaren negentig en 2000 naar tien tot vijftien tussen 2010 en 2018.
Aan verdere groei zitten grenzen. Door bebouwing en het verdwijnen van boerderijen neemt geschikt leefgebied voor broeden en jagen af. Een nest met negen jongen vraagt bovendien veel voedsel: de ouders moeten dagelijks voor ongeveer elf kerkuilen muizen vangen. Hoewel veel jonge vogels waarschijnlijk uitvliegen, overleeft gemiddeld slechts twintig procent het eerste levensjaar. De overlevenden kunnen het jaar daarop zelf voor nieuwe jongen zorgen.
Vandaag Inside: Johan Derksen springt uit zijn stoel en imiteert zijn vrouw: ‘Dat doet ze altijd!’