Wéér forse toename in meldingen van mensen met onbegrepen gedrag, hoe zit dat?
In dit artikel:
Het aantal meldingen over mensen met onbegrepen of verward gedrag in Noord‑Holland is afgelopen jaar sterk toegenomen, blijkt uit nieuwe politiecijfers. De politie registreerde 15.302 meldingen vorig jaar tegen 12.290 het jaar daarvoor — bijna 25 procent meer — en geeft aan dat ongeveer één op de vijf politieuurtjes inmiddels wordt besteed aan hulpvragen in plaats van aan klassieke veiligheidszaken. Hulpverleners en politie noemen de stijging geen tijdelijke piek maar een symptoom van een overbelast zorgsysteem.
Onbegrepen gedrag duidt vaak op psychische problemen, verslaving, dementie of sociale en financiële tegenslagen waardoor iemand de regie kwijtraakt en zorg nodig heeft. Volgens de politie is er al ruim tien jaar een oplopende lijn; wanneer crisisopvang schaars is, ambulante begeleiding wegvalt en algemene zorgcapaciteit onder druk staat, worden problemen zichtbaarder op straat en eindigen ze bij de politie. Een recent voorbeeld in Huizen illustreert dit: een man met alcoholverslaving stichtte brand in zijn woning en wilde zelf opgenomen worden, maar er was geen passende plaats en crisisopvang richt zich volgens begeleiders vooral op psychiatrische gevallen.
Niet alle extra meldingen betekenen dat er veel meer nieuwe gevallen zijn: herhaalde meldingen over dezelfde personen, een lagere drempel om de politie te bellen en betere registratie spelen ook mee. In één buurt rond een incident zou de politie al honderden meldingen hebben gekregen. Regionale verschillen — dit jaar opvallend in West‑Friesland — hangen samen met lokale beschikbaarheid van crisiszorg, sociaaleconomische druk, vergrijzing, eenzaamheid en meldingsbereidheid.
Gemeenten zetten steeds vaker bemoeizorg in om mensen te bereiken die zelf geen hulp zoeken. In Stede Broec gaan wijkteammedewerkers op de fiets langs huizen om ongevraagd hulp aan te bieden; de casussen betreffen vaak mensen die geleidelijk het overzicht verliezen door praktische problemen (achterstallige rekeningen, kapotte pinpas of router) en een gebrek aan sociaal vangnet. In kleine dorpen blijven problemen soms lang verborgen vanwege sociale controle en schaamte; pas bij ernstige verwaarlozing of overlast volgt een melding.
Tegelijkertijd wil het nieuwe kabinet meer investeren in politie voor veiligheid op straat, terwijl er volgens het regeerakkoord opnieuw op zorg wordt bezuinigd. Politie en hulpverleners waarschuwen dat als zorg niet tijdig beschikbaar is, de politie als vangnet blijft fungeren — noodzakelijk soms, maar onwenselijk als structurele oplossing.