Waarom mist toch voor problemen zorgt op Schiphol, ondanks automatische landingen

dinsdag, 10 maart 2026 (06:12) - NH Nieuws

In dit artikel:

De afgelopen dagen zorgde dichte ochtendmist rond Schiphol opnieuw voor vertraagde vluchten. Weerwaarnemer Bas van der Haar (weertoren Schiphol) noemt het typische ‘mistseizoen’: meteorologen controleren niet alleen instruments, maar lopen ook buiten om zicht en mistbanken te beoordelen. Voor wegverkeer betekent mist vaak alleen langzamer rijden, maar in de luchtvaart heeft het veel grotere gevolgen.

Moderne toestellen kunnen wel automatisch landen via het Instrument Landing System (ILS), maar elk vliegtuig en bemanning hanteert eigen zichtminima. Boeing 737‑piloot en VNV‑voorzitter Ruud Stegers legt uit dat zijn toestel bijvoorbeeld ongeveer 175 meter zicht nodig heeft; de baan wordt pas op ongeveer 15 meter hoogte zichtbaar, waardoor piloten volledig op de techniek moeten vertrouwen. Bij laag zicht vergroot de verkeersleiding de onderlinge afstand tussen toestellen omdat landingssignalen elkaar kunnen storen; dat beperkt het aantal starts en landingen en veroorzaakt vertragingen.

Luchthavens schakelen bij slecht zicht over op zogenaamde Beperkt Zicht Omstandigheden (BZO) als zicht onder 1.500 meter en de wolkenbasis onder circa 90 meter komt. Dan gelden extra veiligheidsmaatregelen: stoplichten bij taxibanen, intensievere begeleiding tijdens taxiën en soms stilleggen van werkzaamheden op het platform. Volgens het KNMI ontstond de recente mist vooral als advectiemist: koude zeewaterlucht trekt landinwaarts, en in open polders rond Schiphol koelt de bodem 's nachts snel af, wat het ontstaan van mist bevordert.

Kortom: technologische automatische landingen verminderen risico’s, maar zichtlimieten, operationele regels en veiligheidsmaatregelen bij mist betekenen dat vluchten alsnog vertraagd, omgeleid of beperkt worden tijdens het mistseizoen.