OM eist tot bijna 12 jaar cel voor doodschieten 'concurrent' in drugsstrijd IJmuiden
In dit artikel:
Justitie eist 11 jaar en 10 maanden cel voor de 20‑jarige Keane R. en 9 jaar en 11 maanden voor de 25‑jarige Abdelaziz (Aziz) H. wegens betrokkenheid bij de fatale schietpartij op 13 februari 2024 in IJmuiden, waarbij de 26‑jarige Eric Sezika een dag later aan zijn verwondingen overleed. De rechtbank in Haarlem hoorde dat R. volgens het Openbaar Ministerie de dader zou zijn en H. de bestuurder van de taxi waarin zij na de schoten wegreed(en). De strafeisen zijn iets verlaagd omdat de zaak vertraagd is.
De gebeurtenis speelde zich af rond 18.00 uur in de smalle Kromme Mijdrechtstraat bij het huis van H.’s ouders. Getuigen zagen een ruzie en een handgemeen tussen Sezika en H.; korte tijd later klonken schoten. Omstanders meldden dat H. in zijn taxi stapte en dat R. snel in de kofferbak dook waarna de auto wegreed. Sezika raakte in de rug beschoten en stierf de volgende dag.
Volgens het OM past de moord in een grotere territoriumstrijd tussen vier drugsgroepen in IJmuiden (2023–2024) met beschietingen, ontploffingen en intimidatie. Onderzoek zou aantonen dat R. al op jonge leeftijd actief was in die criminele wereld; enkele dagen voor de fatale schoten zou Sezika R. bij een ruzie met een vuurwapen hebben bedreigd. Vervolgens zou R. met H. en twee anderen een omgebouwd gasalarmpistool hebben gekocht en dat wapen eerder hebben gebruikt om een mededader van Sezika te intimideren. Ook zou R. het doelwit geweest zijn van vernielingen en explosies als vergelding.
Forensisch bewijs dat het OM noemt: R.’s DNA is aangetroffen in H.’s kofferbak en er zijn hulzen gevonden op die plek en bij R. thuis. Kruitsporen werden gevonden op een jas die H. later bij een vriendin zou hebben gebracht. H. zegt aanvankelijk niets te hebben gedaan uit shock en meldde zich rond middernacht alsnog bij de politie; hij verklaart dat het kogelwerende vest in zijn taxi niet illegaal is.
Beide verdachten ontkennen of maken weinig gebruik van hun verweerrecht; R. beroept zich grotendeels op zwijgen. De advocaten vragen vrijspraak en betogen dat het bewijs onsamenhangend is en geen onomstotelijke daderaanwijzing biedt. De rechtbank doet uitspraak op 24 maart; dan volgt ook vonnis tegen drie andere verdachten uit dezelfde drugsconflictzaak.