OM eist jeugddetentie en boete tegen minderjarige uitvoerders van zware explosie Purmerend
In dit artikel:
Twee toen 16‑jarige jongens uit Den Haag en Zaandam stonden in de rechtbank terecht voor het plaatsen van een vuurwerkbom bij een woning aan de Maasstraat in Purmerend op zondagochtend 15 december 2024. De explosie verwoestte meerdere huizen in een woonblok, veroorzaakte een enorme brand en maakte enkele woningen onbewoonbaar. In het getroffen gezin raakte de toen 16‑jarige zoon Joey zwaargewond; moeder en beide kinderen ontkwamen ternauwernood aan de vlammen, met blijvende littekens en lichamelijke schade voor het slachtoffer.
Onderzoek vond op de plek resten van het explosief: zes Super Cobra‑vuurpijlen en zes literflessen wasbenzine. Het Openbaar Ministerie baseert de verdenking op camerabeelden, Snapchat‑berichten, verklaringen en in kaart gebrachte looproutes, en stelt dat de twee jongeren het bompakket hebben geplaatst en laten ontploffen. Justitie verdenkt hen bovendien van poging tot moord, omdat ze volgens het OM wisten hoe levensgevaarlijk hun actie was en desondanks zijn doorgegaan zonder zich om de bewoners te bekommeren.
Het OM vermoedt verder dat de aanslag in opdracht van een meerderjarige is uitgevoerd, mogelijk uit wraak voor gestolen accu’s; de zaak tegen die vermoedelijke opdrachtgever staat gepland voor begin juli. Tegen de twee jeugdige verdachten eiste het OM 368 dagen jeugddetentie (deels voorwaardelijk, met twee jaar proeftijd) en gezamenlijk meer dan 95.000 euro aan schadevergoeding voor de slachtoffers. Daarnaast vroeg justitie om extra voorwaarden en begeleiding om herhaling te voorkomen.
De gebeurtenis leidde niet alleen tot zware persoonlijke schade, maar ook tot maatschappelijke verontwaardiging vanwege het gevaar voor omwonenden en de inzet van krachtige vuurwerkexplosieven in een woonwijk. De vervolgstappen zijn de strafzaak tegen de vermoedelijke opdrachtgever en de definitieve uitspraak in de jeugdzaak tegen de twee verdachten.