OM eist 12 jaar cel tegen oud-ambtenaar Jim B. voor verkopen info uit gemeentesystemen

dinsdag, 22 september 2026 (15:58) - NH Nieuws

In dit artikel:

Het Openbaar Ministerie heeft twaalf jaar cel geëist tegen de 48-jarige oud-ambtenaar Jim B. uit Amsterdam. Hij zou tussen augustus 2024 en mei 2025 honderden keren vertrouwelijke gemeentelijke informatie hebben opgezocht en tegen betaling hebben doorgegeven aan informatiemakelaars Rishie K. en Gillian H. Tegen beiden is tien jaar cel geëist.

B. werkte sinds 2001 bij de gemeente Amsterdam, op de afdeling incasso en invordering, en had daardoor toegang tot gegevens over inwoners, hun adressen, bedrijven, familieleden en relaties. Volgens justitie verstrekte hij informatie over bijna vijfhonderd mensen en verdiende hij ongeveer vijftig euro per bevraging. Het exacte aantal opvragingen is niet vastgesteld; het OM vermoedt dat het om duizenden ging. De communicatie verliep onder meer via Privnote, waarbij berichten automatisch worden verwijderd.

Volgens het OM volgden na het verstrekken van gegevens in zeker 95 gevallen geweldsincidenten, waaronder explosies, kogelbrieven, beschietingen en een ontvoering. Veertien incidenten vonden al binnen een dag plaats en veel andere binnen een week. Justitie stelt dat de informatie in het criminele milieu werd gebruikt om doelwitten, woningen en voertuigen te vinden. Zo zou kort voor een reeks explosies in Leiden, Sassenheim, Voorhout en Amsterdam een lijst met adressen van een slachtoffer en diens familie zijn opgevraagd via B.’s account.

B. zegt eerder dat hij onder druk handelde en stelt dat hij en zijn familie zijn bedreigd. Het OM zegt daarvoor geen meldingen bij politie of justitie te hebben gevonden. Berichten waarin B. klaagt over uitblijvende betalingen wijzen volgens de aanklagers eerder op vrijwillige samenwerking. De zaak duurt vijf dagen; zijn advocaat krijgt morgen het woord. De rechtbank doet in december uitspraak.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Wilfred Genee hoort bloedordinaire opmerking van Merel Ek: ‘Dit kan toch niet?!’