Vrees voor meer drugsoverlast door verdwijnen Stichting Mainline
In dit artikel:
Stichting Mainline, een landelijke organisatie die zich inzet voor de gezondheid van drugsgebruikers, stopt dit jaar omdat het Rijk de jaarlijkse rijksubsidie van zo’n €300.000 intrekt. Daardoor verdwijnt niet alleen directe hulp en schadebeperking in het veld, maar ook waardevolle onderzoeks- en velddata die hulpinstanties dagelijks gebruiken. Mainline ondersteunt hulpverleners door straatwerk, onderzoek en bijna honderd trainingen per jaar; dat aanbod valt grotendeels weg.
Veldwerkers zoals Katja Berends werken bijvoorbeeld bij de gebruikersbus naast het Oosterpark in Amsterdam, waar verslaafden schone spuiten, eten en gesprekken met maatschappelijk werk krijgen. Berends verlengt daar ook basepijpjes, zodat hete damp van crack minder longschade veroorzaakt — een praktisch voorbeeld van hoe Mainline schade probeert te beperken. Uit het lopende veldwerk blijkt volgens Mainline dat veel jonge gebruikers al COPD hebben, wat zorgwekkend is.
De gemeente Amsterdam verhoogde vorig jaar haar bijdrage van €80.000 naar €155.000, maar dat compenseert niet de wegvallende rijksmiddelen. Voor een organisatie van tien mensen — waarvan de meerderheid veldwerkers — is het onmogelijk om alle 342 gemeenten te benaderen of de landelijke taken over te nemen. Bestuurder Ancella Voets noemt het onbegrijpelijk dat het Rijk stopt en waarschuwt dat het wegvallen van Mainline waarschijnlijk leidt tot meer nadruk op repressie en hogere druk op politie en lokale zorg.
De komende maanden bouwt Mainline activiteiten af; eind maart vertrekken al de eerste medewerkers. Hulporganisaties vrezen daarmee meer overlast op straat en het verlies van praktische kennis die ziekte en problemen bij kwetsbare gebruikers kan voorkomen.