Bobsleeteam met olympische droom haalt extreme snelheden: "5 tot 6G-krachten op ons lichaam"
In dit artikel:
Dave Wesselink (26, Alkmaar) en Timme Koster (Egmond aan den Hoef) vormen een van de Nederlandse bobsleeteams dat zich schikt naar één doel: kwalificatie voor de Olympische Winterspelen. Wesselink is piloot van de twee- en viermansbob en stuurt de slee naar beneden; Koster zit achterin en geeft het laatste krachtige zetje bij de start voordat hij zich opkrult voor de afdaling. Tijdens runs ondervinden ze flinke G-krachten, waardoor precisie en conditie cruciaal zijn.
Bobsleeën is in Nederland een zeer kleine sport — het land telt slechts zo’n twintig bobsleeërs en de bobsleebond is de kleinste sportfederatie. Daarom zoekt het team vaak training buiten de landsgrenzen, met zomer- en winteroefeningen in het Duitse Winterberg. Bondscoach Ivo de Bruin, zelf oud-coryfee en nu coach, benadrukt dat Koster met zijn 2 meter en 105 kilo fysiek uitstekend past bij de sport.
Beide mannen kwamen vanuit de atletiek naar de bobslee: Wesselink was hordeloper tot vier jaar terug en combineert topsport met een baan als advocaat; Koster ruilde de baan recent in voor de slee maar wil na dit seizoen het hordelopen hervatten en mikt op Los Angeles 2028 in de atletiek. Wesselink bracht Koster over naar het team om de startsnelheid te verbeteren — inmiddels behoren ze volgens hem tot de wereldtop op startgebied (top-5/6).
Voor olympische kwalificatie moeten de Nederlanders minimaal één keer bij de beste acht eindigen in een World Cup-wedstrijd. Ze kwamen dichtbij in Lillehammer; deze week probeert het team zich via het EK in Sankt Moritz te plaatsen, met een laatste kans volgende week in de World Cup van Altenberg.