Deze man wilde Zandvoort omtoveren tot 'Las Vegas aan zee', maar was hij wel te vertrouwen?
In dit artikel:
In januari 1981 dook de Canadees Michael Hordo op in Zandvoort met buitenproportionele ambities: hij kocht snel de hotels van de familie Bouwes, nam er intrek in Bouwes Palace en beloofde grootschalige investeringen om van Zandvoort een all-season toeristische trekpleister te maken. Hordo stelde zich voor het circuit open te houden door extra inkomstenbronnen te creëren: een groot pretpark op het terrein, het binnenhalen van het wereldkampioenschap golf en zelfs het aantrekken van megagebeurtenissen zoals de Olympische Spelen — kortom een soort Las Vegas aan de Noordzee.
Collega’s en lokale bestuurders raakten al snel wantrouwig. Hoe Hordo aan zijn kapitaal kwam was onduidelijk; hij gedroeg zich wel als een man met onbegrensde middelen: dure wijnen, champagne, privévluchten en royale uitgaven die het nodige indruk maakten op dorpelingen. Tegelijkertijd werden leveranciers nauwelijks betaald en liepen onderhandelingen met gemeente en provincie vast: het circuit stond onder druk vanwege geluidsoverlast en woningbouwplannen, en Hordo liet zich niet geduldig leiden door de ambtelijke molen.
Interne signalen van ongerustheid groeiden. Medewerkers en managers — onder wie Marcel de Graaf en Martin Kiefer — zagen dat de uitgaven de inkomsten overtroffen en dat leveranciers en personeel gevaar liepen. Nadat de nieuwe manager faillissement aanvroeg uit vrees voor “grote ellende”, verdween Hordo plotseling; volgens lokale berichtgeving liet hij miljoenen schulden achter. Zandvoort bleef achter met niet-gerealiseerde megaprojecten en een gesloten hotel.
De uiteindelijke uitkomst: het circuit bleef bestaan en kreeg aanpassingen, maar de Formule 1 vertrok na 1985 en de geplande grote hotelrenovatie ging niet door. Op het middenterrein verschenen uiteindelijk vakantiebungalows in plaats van grootschalige attracties. De betrokkenen zien Hordo als een charismatische, risicovolle opportunist die aan de grenzen van het toelaatbare opereerde en vooral zichzelf wilde verrijken. Voor Zandvoort bleef uiteindelijk de belangrijkste troef onveranderd: zee en duin — genoeg om het dorp toeristisch te laten voortbestaan.