Verhuisdozen waren nog maar net uitgepakt, toch moet dit museum (alweer) vertrekken
In dit artikel:
Voormalig Nederlands Transportmuseum in Nieuw-Vennep ziet vrijwilligers alweer vertrekken: nadat het museum vorig jaar moest sluiten omdat het gebouw werd gesloopt, vestigden zo'n veertig vrijwilligers zich kort in een kleine werkplaats — maar die ruimte moet nu wijken voor een padelbaan. De groep bestaat grotendeels uit gepensioneerden uit de luchtvaart, veelal oud-KLM- en Fokker-medewerkers, die onder meer bezig zijn met een replica van een Tweede Wereldoorlog‑vliegtuigje (een Piper Cub).
Oud-directeur Arno van der Holst is gefrustreerd dat hij opnieuw slecht nieuws moet brengen. Een zoektocht naar een nieuwe, permanente locatie voor de uitgebreide collectie van treinen, vliegtuigen en ander transportlevensmateriaal mislukte; veel topstukken, zoals de Trans Europa Express, zijn al verplaatst of verkocht. Toch willen de vrijwilligers hun projecten voortzetten: voor hen is het niet alleen knutselen maar ook sociaal contact en zinvolle tijdsbesteding.
Oud‑piloot Joost Hermans (77) en oud‑KLM’er John Roubos (68) werken actief aan de Piper-replica en hopen die te kunnen tentoonstellen, zodat ook kinderen erin kunnen spelen. Hun zorgen: het werk dreigt stil te vallen en er is nog geen nieuwe werkruimte gevonden. Van der Holst zoekt met spoed een hal van circa 300 m² waar gezaagd, gelast en koffiedrinken kan plaatsvinden, plus een aparte opslaglocatie voor het luchtvaartarchief — naar schatting tienduizend boeken en honderdduizend foto’s die nu in bananendozen liggen en geordend moeten worden.
Hij hoopt dat bedrijven rond Schiphol het archief en de vrijwilligersruimte op waarde schatten en eventueel ruimte kunnen bieden. De zaak onderstreept hoe kwetsbaar lokaal erfgoed is wanneer musea sluiten en passende huisvesting ontbreekt.