Lourdes aan de Amstel: krijgt Amsterdam een eigen bedevaartsoord?
In dit artikel:
In een Amsterdams appartement in de Rivierenbuurt zou de heilige Maria in 1945 voor het eerst verschijnen aan Ida Peerdeman; volgens Peerdeman herhaalde dat zich ongeveer 58 keer over veertien jaar. In die visioenen zou Maria drie verzoeken hebben gedaan: erkenning door de Katholieke Kerk als moeder van de mensheid en als Vrouwe van alle volkeren, wereldwijde verspreiding van het zogeheten gebedje van Amsterdam, en de bouw van een bedevaartskerk langs de zuidelijke wandelweg pal aan de Amstel.
Na Ida’s dood namen Mathé Reijnierse en zijn stichting Vrouwe van alle Volkeren de vervolgwerkzaamheden over. Het gebedje vond inderdaad navolging buiten Nederland, en er waren concrete plannen voor de kerk: een projectbureau, een architect en zelfs een rijke Filipijnse sponsor die miljoenen wilde bijdragen. Voor de uitvoering was echter officiële kerkelijke goedkeuring nodig.
Aanvankelijk leek die erkenning binnen bereik: de toenmalige prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer, kardinaal Joseph Ratzinger (later paus Benedictus), stond lokaal vereren toe, en de bisschop van Amsterdam gaf ook zijn instemming. Later trok het Vaticaan zich terug: uit angst voor belemmering van de oecumenische verhoudingen met protestanten — die geen moeite hebben met Maria-vereering — werd teruggegrepen op een oud document uit 1974 dat de verschijning afwees. Daardoor is formele erkenning uitgebleven en is de bouw van de bedevaartskerk voorlopig van de baan.
De stichting blijft vasthouden aan de zaak en pleit voor een heroverweging in Rome; Mathé ziet in Maria een mogelijk antwoord op teruglopende kerkbezoeken en benadrukt volgens hem het belang van de moederlijke kant binnen een traditioneel patriarchale kerk. Voorlopig staat de kwestie tussen de lokale aanhangers en het Vaticaan stil.