Koen (34) onderzocht hoe Zandvoort veranderde van vissersdorp naar badplaats

maandag, 2 februari 2026 (18:12) - NH Nieuws

In dit artikel:

Twee eeuwen geleden veranderde Zandvoort van een geïsoleerd, arm vissersdorp in een populaire badplaats. Dat jubileum wordt dit jaar het hele jaar door herdacht, onder meer met het boek En Zandvoorts heilig strand is van mijn togt het doel, samengesteld door historicus Koen Marijt (34) samen met een groep Zandvoorters.

Tot 1826 had het dorp nauwelijks verbindingen; vrouwen moesten via een moeilijk pad naar Haarlem om vis te verkopen. Dat veranderde toen drie welgestelde Haarlemmers en twee Amsterdammers het initiatief namen om een goede weg tussen Zandvoort en Aerdenhout aan te leggen en een groot badhuis te bouwen. Ook koning Willem V droeg financieel bij. De aanleg was voortgedreven door de toen gangbare opvatting dat zeewater en zeelucht genezend waren: de elite reed met koetsen naar de kust om in zee te baden of zich in verwarmde baden met zeewater te laten behandelen. Het badhuis kostte ongeveer 80.000 gulden, een enorm bedrag in die tijd.

De komst van de rijken leidde tot sociale scheiding: de welgestelden vermeden het arme dorpscentrum en lieten een omweg aanleggen die nu de Hogeweg heet. Tegelijk bood de ontwikkeling economische kansen voor lokale inwoners: zij bouwden mee aan de weg, vonden betaald werk, werden badmannen die het zeebaden begeleidden en begonnen kamers te verhuren — het begin van de Zandvoortse B&B’s. Later zorgde de treinverbinding voor meer bezoekers uit Amsterdam; toen de ‘gewone’ massa ook kwam, trok de oorspronkelijke elite deels naar andere badplaatsen zoals Domburg en Noordwijk.

Burgemeester David Moolenburgh waardeert het onderzoek omdat het laat zien dat de initiatiefnemers niet alleen op winst uit waren, maar ook het dorp vooruit wilden helpen. De viering van 200 jaar badplaats omvat behalve het boek ook een lichtshow op het raadhuis. Plaatsing van Zandvoorts transformatie in de bredere 19de-eeuwse trend van gezondheids- en kusttoerisme maakt duidelijk hoe ingrijpend zulke ontwikkelingen dorpsleven en economie konden veranderen.