Hoe het Noordzeekanaal Amsterdam uit het slop haalde: "Anders was 't allemaal naar Rotterdam gegaan"
In dit artikel:
De opening van het Noordzeekanaal in 1876 was een keerpunt voor Amsterdam. De stad verkeerde toen in een diepe economische crisis: de haven was vervallen, het IJ slibde dicht en grote schepen konden Amsterdam alleen via de ondiepe en onvoorspelbare Zuiderzee bereiken. Daardoor weken rederijen steeds vaker uit naar beter bereikbare steden, vooral Rotterdam. Werkloosheid, armoede en bevolkingskrimp waren het gevolg; Amsterdam liep volgens historicus Koen Kleijn ongeveer een halve eeuw achter op andere steden.
Het bestaande Noordhollandsch Kanaal tussen Amsterdam en Den Helder bood geen toekomst, omdat schepen snel groter werden. De aanleg van een rechtstreekse verbinding met de Noordzee via IJmuiden bleek echter moeilijk te financieren. De Nederlandse overheid en veel vermogende ondernemers wilden niet investeren, waardoor uiteindelijk een Engelse makelaar de graafwerkzaamheden bekostigde. Duizenden Nederlandse en Engelse arbeiders groeven het kanaal in tien jaar tijd met de hand, onder bijzonder zware omstandigheden.
De opening bracht Amsterdam opnieuw economische groei. Scheepvaart en werkgelegenheid namen toe, de bevolking groeide en de stad kreeg een modern havenbedrijf. In het IJ werden onder meer drie kunstmatige eilanden aangelegd, waaronder het eiland met het Centraal Station, en aan de Oostelijke Handelskade verschenen grote pakhuizen. De directe verbinding tussen zee, haven en spoor maakte zakendoen veel eenvoudiger en voorkwam dat Amsterdam verder achteropraakte.
De haven, tegenwoordig Port of Amsterdam, beslaat inmiddels ongeveer een zevende van de stad. Tegelijkertijd ligt de toekomst ervan onder druk. De haven schuift steeds verder naar buiten, terwijl Amsterdam ruimte zoekt voor woningen en groene energie. De gemeente wil in het Westelijk Havengebied de nieuwe stadswijk Haven-Stad ontwikkelen, met uiteindelijk 70.000 woningen; de provincie wil het gebied juist als bedrijventerrein behouden. Daarnaast moet de haven verduurzamen en minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen, zonder haar economische functie te verliezen. Volgens havenbestuurder Michiel Cusell gaat het daarom niet om een keuze tussen stad en haven, maar om ruimte voor beide. De historische invloed van het Noordzeekanaal blijft volgens Kleijn groot: zonder de havenverbinding zou veel van de moderne infrastructuur en rijkdom van Amsterdam waarschijnlijk elders, mogelijk in Rotterdam, zijn ontstaan.
Vandaag Inside: 'The Champ' richt zich in video tot René van der Gijp, Wim Kieft, Michel van Egmond en Rob Jansen