Hoe Amstelveen uitgroeide tot het tweede Joodse centrum van Nederland: 'Voor veel Joden uit de provincie was Amsterdam een te grote stap'

maandag, 22 juni 2026 (03:31) - Het Parool

In dit artikel:

Bart Wallet, hoogleraar Joodse studies, beschrijft in Hoop en wanhoop: Joden in Amstelveen 1930–1970 hoe in Amstelveen in korte tijd een opvallende Joodse gemeenschap ontstond, uiteenlopend van vóór de oorlog tot de wederopbouw na 1945. Wallet kreeg de opdracht oorspronkelijk over de oorlogsjaren te schrijven, maar koos bewust voor een bredere periode om het levensverhaal van Amstelveense Joden niet alleen als slachtofferschap te presenteren maar ook hun handelingsvermogen en keuzes zichtbaar te maken.

In de jaren dertig vestigden zich twee groepen Joden in Amstelveen: welgestelde, vaak seculiere Amsterdamse forensen die dankzij de auto in het groen wilden wonen, en vanaf 1933 vluchtelingen uit het Duitse rijk — academici, ondernemers en musici. Doordat vrijwel alle Joden in Amstelveen nieuw waren, vonden Nederlandse en Duitse Joden er snel samenwerkingsverbanden; al in 1937 begonnen ze samen synagogediensten en in 1938 stond de eerste synagoge. Tegelijkertijd bestond in sommige nieuwe wijken een aanhang voor de NSB, met zichtbare propaganda en spanningen die leidden tot klachten van inwoners.

Wallet onderscheidt in zijn onderzoek twee sporen tijdens de bezetting: routes naar de moord én routes naar overleven. Hoewel de nazi-doelstelling overal gelijk was, verschilden de lotgevallen sterk: onderduiken, vluchten of arrestatie hingen vaak van klein geluk, timing, geld en niet-Joodse netwerken af. Amstelveen had een relatief hoog overlevingspercentage: van 448 Joodse Amstelveners overleefden er 251 (56,5%), ver boven het landelijke aandeel van 29,6%. Verklaringen zijn onder meer het grotere aandeel seculiere en gemengd-g huwdeen, het vroege handelen van Duitse vluchtelingen die de ernst inzagen, en toegang tot middelen en contacten die onderduik of vlucht mogelijk maakten.

Wallet illustreert de diversiteit van overlevingsroutes met verhalen variërend van de vlucht per vliegtuig van zakenman Justus Heijmans naar Engeland tot onderduiklevens waarin sommigen strikt opgesloten zaten en anderen met vervalste papieren een ogenschijnlijk normaal bestaan probeerden te leiden. Na de oorlog was de Joodse aanwezigheid in Amstelveen aanvankelijk klein: in 1946 woonden er nog maar 72 Joden, van wie velen later emigreerden. Vanaf de jaren vijftig groeide de gemeenschap echter weer; Amstelveen bleek voor veel Joden aantrekkelijker dan Amsterdam als plek met groen wonen én toegang tot Joodse voorzieningen. In 1959 richtten inwoners de Algemeen Joodse Vereniging Amstelveen op, gericht op sociale activiteiten en gezelligheid — een informele, van onderop georganiseerde gemeenschap die later religieuze initiatieven uit Amsterdam aantrok.

Wallet benadrukt dat de Amstelveense gemeenschap zich onderscheidde door een losse, sociale sfeer en het eerst inzetten op saamhorigheid en plezier voordat instituties en religieuze structuren werden ontwikkeld. Het boek van Wallet (Amsterdam University Press) wil zo een completer beeld geven van Joods leven in een Nederlandse voorstad vóór, tijdens en na de Holocaust.

BEKIJK OOK:

De Oranjezomer: 'Wat mij opvalt is dat de naam van Mark van Bommel niet voor het Nederlands Elftal genoemd is'