Hiqpy-frontvrouw Abir Hamam (28): 'Als ik nu in Haarlem ben denk ik: jeetje, wat is iedereen hier wit en bekakt'

vrijdag, 5 juni 2026 (15:48) - Het Parool

In dit artikel:

Abir Hamam (28) is de zangeres van de Amsterdamse rockband Hiqpy; hun debuutalbum Slow Death of a Good Girl verscheen onlangs. De band speelt komende vrijdag in Paradiso en staat het volgende weekend op het festival Best Kept Secret — twee jaar geleden nog op een klein podium, nu op het een na grootste. Hiqpy zat de afgelopen jaren in een stroomversnelling: na deelname aan de Popronde klonk er snel veel media-aandacht, labels toonden interesse en een gerenommeerde Engelse producer, die eerder met namen als Coldplay, U2, Elbow en Patti Smith werkte, wilde met hen opnemen. Die producer ontdekte de groep na een optreden en een opvallende omschrijving in het programmaboekje tijdens het Haarlem Vinyl Festival.

De snelle interesse zorgde voor een hype waar de band zelf weinig controle over had. Abir zegt dat Hiqpy altijd de ambitie had om organisch een fanbase op te bouwen en een band van de lange adem te zijn; daarom duurde het schrijven en opnemen van een debuutalbum niet ongebruikelijk lang, ook al leek het voor buitenstaanders vertraagd door de vroege aandacht. Live-ervaringen variëren: clubshows geven haar nog steeds spanning maar ook zelfvertrouwen, terwijl grote festivals — zoals hun optreden op Pinkpop vorig jaar — het lastiger maken om echt in het moment te staan en te genieten.

Binnen de band is er volgens Abir een conservatoriumgedachte: iedereen is even belangrijk. Ze noemt bewust haar bandleden Victor, Tom en Kasper en benadrukt dat zij in studio en op het podium gelijkwaardig zijn. Toch merken buitenstaanders haar vaak als frontvrouw; dat is een ontwikkeling waar zij en de rest van de band aan moesten wennen. Vragen over een tweede album komen al snel, maar de band wil eerst serieus doorwerken en zich niet laten opjutten door verwachtingen.

Afkomst en persoonlijke achtergrond spelen een grote rol in haar verhaal. Abir is in Tunesië geboren maar verhuisde op tweejarige leeftijd met haar moeder en broer naar Nederland; haar grootvader werkte als gastarbeider in Haarlem. Sinds haar 22ste woont ze in Amsterdam en voelt zich daar meer thuis dan in Haarlem. Haar ouders scheidden toen ze jong was; haar vader woont weer in Tunesië en is muzikant. Op haar zestiende nam ze afstand van de islamitische opvoeding van haar moeder — een ingrijpende keuze waar aanvankelijk spanningen uit voortkwamen maar waar de relatie met haar moeder later in verbeterde.

Over de positie van vrouwen in de muziekindustrie is Abir kritisch maar ook hoopvol. Ze herinnert zich vroeger vaker seksistische reacties — bijvoorbeeld van een technisch geluidspersoneel tijdens soundchecks — maar merkt dat meer vrouwen in allerlei functies de sfeer veranderen en ongepast gedrag terugfluiten. Ze ervaart dat de industrie langzamerhand professioneler en inclusiever wordt.

Songwriting en invloeden komen soms uit persoonlijke crises: het nummer Bowie’s Pressure ontstond tijdens een moeilijke periode van afstuderen, een breuk en het moeten verhuizen, terwijl ze luisterde naar Bowie’s Heroes en zich juist geen held voelde. Naast westerse referenties noemt ze haar opvoeding met Arabische zangeressen als Umm Kulthum, Fairuz en Warda: die muziek zit in haar dna, en ze waardeert de vocale expressie en het culturele belang van zulke artiesten. Een lichtvoetige anekdote: als puber kreeg ze een handkus van Harry Styles toen ze hem eenmaal ontmoette — een moment dat haar emotioneel raakte.

Tijdens de coronatijd veranderde ze ook bewust van uiterlijk — onder meer door haar haar te verven — wat voelde als het aannemen van een nieuwe identiteit. In interviews is ze open en soms impulsief; ze zegt dat ze leert haar mening te geven en zich daar niet te veel om te druk te maken. Voor Hiqpy ligt de komende tijd in het teken van veel optreden, doorgaan en langzaam bouwen aan wat hopelijk een duurzame carrière wordt.