Het stadhuis van Weesp bestaat 250 jaar: "Gebouwd om te imponeren"
In dit artikel:
Het stadhuis van Weesp viert deze week zijn 250-jarig bestaan. Het neoclassicistische gebouw, ontworpen door Jacob Otten Husly en deels geïnspireerd op het 18e-eeuwse stadhuis op de Dam in Amsterdam, huisvestte in 1776 de eerste raadsvergadering. Sinds 1954 staat het in de officiële top 100 van rijksmonumenten.
De bouw werd mogelijk gemaakt door de welvaart uit de korte bloeiperiode van de jeneverindustrie; het rijke interieur moest imponeren en toont dat Weesp destijds aanzien en geld had. Historicus Christian Pfeiffer noemt het destijds "hypermodern" en benadrukt dat veel vakmanschap in het pand is gestopt. De voormalige burgemeesterskamer, met een klassiek portretschilderij van vroegere magistraten, is nog altijd in gebruik door het huidige stadsbestuur; voorzitter Katinka Hilders-van de Wetering zegt het bijzonder te vinden daar te werken.
Waar nu museumexposities en een waardevolle collectie Weesper porselein te zien zijn, functioneerde het gebouw vroeger ook als rechtbank: kerkers onder het stadhuis, een pijnkamer, de vierschaar en publieke terechtstellingen op het plein illustreren het harde rechtssysteem van die tijd. In tegenstelling tot zijn grote voorbeeld in Amsterdam wordt Weesp nog steeds bestuurd vanuit dit historische gebouw, wat het tot het trotse hart van de stad maakt.