Geschiedenis onthuld die de stad misschien liever vergat : Alkmaars rol in koloniale slavernij

vrijdag, 6 maart 2026 (08:11) - Streekstadcentraal.nl

In dit artikel:

In het uitverkochte Regionaal Archief Alkmaar presenteerden historicus Karwan Fatah-Black en spreker Peggy Bouva donderdagavond de uitkomsten van een onderzoek naar Alkmaars betrokkenheid bij het koloniale slavernijverleden. De zaal met circa honderd bezoekers zat vol; het donker maken van de verlichting was een bewuste dramaturgische keuze bij de publiekspresentatie. Medeonderzoeker Camilla de Koning was verhinderd, Sherwin Kirindongo leidde de avond.

De studie schetst Alkmaar als veel meer dan een achterhoekse kaasstad: ook hier waren bestuurlijke en private banden met de VOC en WIC, financiële investeringen en het leveren van militairen om overzeese belangen te beveiligen. Dat leidde ertoe dat gewone mannen uit Alkmaar, De Rijp en de Schermer kansen zochten in de koloniën en soms via uitbuiting en slavernij carrière maakten. Fatah-Black en De Koning onderzochten niet alleen handelsstromen, maar vooral de levens van mensen in de koloniën en de rol van plaatsgenoten daarin.

Concrete voorbeelden maakte de onderzoeksbevindingen tastbaar: het portret in het Stedelijk Museum van Wollebrant Geleynssen de Jongh — afgebeeld met twee jonge zwarte bedienden — symboliseert hoe persoonlijk bezit en status in verband stonden met koloniale rijkdom. De Alkmaarder Jacob Hengevelt, die in 1717 in Suriname een ‘Plantage Alkmaar’ stichtte en later als rechter gewelddadig optrad tegen tot slaaf gemaakten, illustreert hoe gewone kolonisten actief deelnamen aan onderdrukking. Verder lieten de onderzoekers zien dat sommige slaven mee terugkwamen naar Alkmaar — voorbeelden als Sander en Asetta tonen dat hun aanwezigheid in Nederland niets van hun onvrijheid wegnam.

Economisch was de stad verweven met productie gebaseerd op slavernij: pijpenmakers verdienden aan tabak uit de koloniën en Alkmaar huisvestte een suikerraffinaderij, ‘De Groene Klok’. Politiek leidde die verwevenheid in de negentiende eeuw tot opvallende stilte rond afschaffingsdiscussies; slechts enkele stemmen, zoals remonstrant predikant Martinus Cohen Stuart, spraken zich openlijk uit tegen slavernij.

De presentatie benadrukte dat de sporen van deze geschiedenis nog doorwerken in de samenleving en dat de lokale aandacht voor dit onderwerp — zichtbaar door de drukbezochte avond — een breuk met die historische zwijgzaamheid markeert.