Geer Borst, hoogleraar interne geneeskunde in Amsterdam die opstond tegen de Duitse bezetter

zaterdag, 9 mei 2026 (08:17) - Het Parool

In dit artikel:

Internist en hoogleraar Jacobus Gerardus Gerbrant (Geer) Borst (1902–1975) was een vooraanstaand Amsterdamse medicine-opleider wiens zaterdagse colleges aan het Binnengasthuis studenten uit het hele land trokken. Zijn leven nam een scherpe wending tijdens de Duitse bezetting: op 29 januari 1942 werd hij, samen met in totaal 85 prominente Amsterdammers, opgepakt als gijzelaar na twee aanslagen op het NSB-Studentenfront. De arrestaties waren vergeldingsmaatregelen; veel van de gevangenen werden richting het Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort overgebracht.

In Kamp Amersfoort werden Borst en de andere gegijzelden geconfronteerd met zware ontberingen, systematische vernedering en brute bewakers. Voor Borst botsten zijn medische plichten herhaaldelijk met het instinct tot zelfbehoud — een dramatisch voorbeeld was de brute dood van een Russische gevangene tijdens het appel. De kampgezondheidszorg bestond wel, maar stond onder leiding van een NSB-arts, Nicolaas van Nieuwenhuysen, die volgens Borst slecht geschoold en wreed te werk ging; hij weigerde vaak adequate medische vrijstelling en voerde soms operaties uit zonder narcose. Toen een dodelijke dysenterie-uitbraak uitbrak, kreeg Borst alsnog de kans invloed uit te oefenen: hij drong aan op isolatie van zieken, wat de verzorging in het kamp enigszins verbeterde.

De gegijzelden kregen op 19 april 1942 te horen dat zij de volgende dag, ter gelegenheid van Hitlers verjaardag, vrijgelaten zouden worden. Borst keerde terug naar zijn vrouw en vijf kinderen en begon meteen materiaal te verzamelen dat aanwijzingen bevatte over academici die met de bezetter samenwerkten of te meegaand waren geweest. Hij zag zijn eerdere ondertekening van de Ariërverklaring (oktober 1940) later als een zware fout en sloot zich in de zomer van 1942 aan bij het Medisch Contact, een artsenverzetsgroep. Zijn precieze rol binnen de clandestiene acties is in de biografie niet altijd duidelijk, maar zijn betrokkenheid bij het strategische overleg lijkt aannemelijk; in 1944 nam hij namens het Medisch Contact deel aan de Grote Adviescommissie der Illegaliteit, die de samenwerking tussen verzetsgroepen moest versterken.

Na de bevrijding speelde Borst een actieve rol in discussies over zuivering van universiteitskringen: hij pleitte ervoor dat tijdens de bezetting benoemde hoogleraren niet op hun oude posten zouden terugkeren. Toen op 13 augustus 1945 de Universiteit van Amsterdam door het Militair Gezag weer openging, kon Borst zich richten op de wederopbouw van de kliniek voor interne geneeskunde in het Binnengasthuis. De beschreven levensloop en verzetsactiviteit staan centraal in de biografie van Peter W. de Leeuw, In dienst van de geneeskunde.