Eerste Molukkers kwamen 75 jaar geleden aan: "Mis mijn vader nog elke dag"
In dit artikel:
Vandaag, precies 75 jaar nadat de eerste Molukse KNIL-militairen met hun gezinnen in Nederland aankwamen, is op het Marineterrein in Amsterdam een monument onthuld voor de veertien mariniers die op de kazerne op Kattenburg waren gelegerd. De plechtigheid markeerde zowel herdenking als erkenning van een lange geschiedenis van gedwongen vertrek en onverwerkt verdriet.
In 1951 werden ruim 3.500 Molukse KNIL-militairen naar Nederland gebracht; zij gingen ervan uit dat hun verblijf tijdelijk zou zijn terwijl politieke oplossingen voor hun toekomst werden gezocht. Dat tijdelijke karakter werd nooit hersteld: “Maar drie maanden werden zes maanden werden 75 jaar,” zei Huib Akihary van stichting Omba Pikub, die het initiatief voor de herdenking nam. Veel eerste generatie Molukkers droegen blijvend trauma doordat ze weggerukt werden uit Nederlands‑Indië en terugkeer naar Ambon onmogelijk bleek.
Onder de aanwezigen waren ooggetuigen zoals de 95‑jarige mevrouw Tahapary‑Paais, dochter van een marinier, die terugblikt op de haastige vlucht in 1951 en de aankomst in Nederland. Burgemeester Femke Halsema sprak en vroeg namens haar stad (en gericht aan de landelijke politiek) om excuses voor het leed dat is veroorzaakt. Vanuit de Javakade werd met toespraken en drakenboten de komst van de vier schepen in 1951 herdacht.
Naast het blijvende monument op het Marineterrein komt er volgende maand ook een tijdelijk eerbetoon op de Javakade: in de week van 11 mei worden vier gedenktegels in het plaveisel gelegd met de namen van de schepen en hun aankomstdatums, ontworpen door Molukse kunstenaar Lars Bogaers. De dag benadrukte de doorleefde wens van nabestaanden om erkenning en zichtbaar geheugen voor toekomstige generaties.