Dokter, supermarkt en school nergens zo ver weg als in Spijkerboor: "We weten niet beter"
In dit artikel:
Spijkerboor, een klein dorpje in Noord-Holland gelegen bij de kruising van Knollendammervaart, Beemsterringvaart en het Noordhollandsch Kanaal, blijkt volgens recent onderzoek van de provinciale omroepen het verst verwijderd van basisvoorzieningen binnen de provincie. Gemiddeld moeten bewoners 6,8 kilometer fietsen of rijden voor boodschappen, een huisarts of andere basisdiensten — meer dan in enig andere Noord‑Hollandse buurt.
Officiële cijfers tellen 129 inwoners voor het hele dorp, maar volgens dorpsbewoner Lous Uitentuis wonen er in de kern langs de waterkruising misschien maar 25 mensen. Wat de pijn in het hart van het dorp vergroot, is de sluiting van het restaurant en buurthuis ’t Heerenhuis; Uitentuis zegt dat daarmee “het hart en de levendigheid” verdwenen zijn. Het buurthuis was niet alleen een horecaplek langs een populaire fietsroutes, maar ook het centrum voor verenigingen: visclub, tafeltennis, toneel en bijeenkomsten van de vrijwillige brandweer trokken er samen op.
Oudere bewoners zoals Uitentuis (70) en Wim Nieuwenhuizen (76) benadrukken dat het dorp ondanks het verlies ook positieve kanten heeft: rust, veiligheid en een sterke onderlinge hulpbereidheid — buren die elkaar naar de dokter rijden, en samen activiteiten blijven organiseren, althans op andere locaties. Scholen en medische zorg liggen in omliggende plaatsen zoals De Rijp, Graftdijk, Krommenie en Alkmaar; een eenvoudige boodschap betekent vaak een fietstocht van acht tot tien kilometer naar Wormerveer.
Het verhaal van Spijkerboor illustreert bredere problemen van voorzieningenkrimp en sociaal verlies in kleine dorpen: fysieke afstand tot diensten versterkt het isolement, terwijl gemeenschapszin en praktische samenwerking het dagelijks leven voor ouderen nog draaglijk houden.