"Die trommel draait wel door": Stille zaterdag te hóren op Alkmaarse carillons
In dit artikel:
Tijdens Pasen speelde het carillon in Alkmaar ongestoord door, terwijl in katholieke streken Good Friday en Stille Zaterdag traditioneel klokkenstilte kennen. Stadsbeiaardier Winter — van oorsprong kerkmusicus — legt uit dat die pauselijke gewoonte (klokken naar Rome tot de Paasnacht, waarna de Paasjubel klinkt) in Noord-Holland weinig wordt gevolgd. In Alkmaar luidden de Waagtoren en andere stadstorens gewoon de kwartieren en klonk ook speciaal repertoire tijdens de kaasmarkt.
Winter noemt praktische en culturele redenen voor het doorspelen: de Alkmaarse carillons zijn gemeentelijk eigendom in een relatief geseculariseerde gemeente, en de mechanieken in de torens zijn oud (zestiende–zeventiende-eeuws), waardoor ze niet zomaar stilgezet kunnen worden. Hij vernieuwde onlangs zijn repertoire voor het eerste kaasmarktseizoen en gebruikt zijn instrumenten bewust publiekgericht: naast klassieke werken (Mozart, Bach, Schmücke dich, o liebe Seele) zet hij actuele of toegankelijke keuzes in om reacties op te roepen. Zo speelde hij op Stille Zaterdag onverwacht The Sound of Silence, en tijdens de Oekraïne‑oorlog klonk Imagine — dat veel positieve reacties opleverde.
Alkmaar heeft meerdere carillons: in de Waagtoren, de Grote Kerk, de Kapelkerk en ook in De Rijp, waar Winter op Witte Donderdag speelde. Zijn aanpak benadrukt dat beiaardmuziek niet alleen traditie is maar ook communicatie: door repertoirekeuze verbindt hij stadsleven, feestelijkheden (zoals de kaasmarkt) en actuele gebeurtenissen met het publiek, dat volgens hem wél degelijk luistert en reageert.