Deze Noord-Hollandse gemeenten lopen achter met het huisvesten van statushouders
In dit artikel:
In Noord-Holland lopen de meeste gemeenten flink achter bij het huisvesten van vluchtelingen met een verblijfsvergunning. Van de in totaal 44 gemeenten voldoen er slechts zes aan hun opgave; Heemskerk, Zaanstad, Ouder-Amstel, Aalsmeer, Schagen en Uithoorn (waar Schagen zelfs 15 meer opvangt dan gevraagd). De provincie moet volgens de landelijke afspraken 5.154 woningen beschikbaar stellen, maar heeft tot nu toe alleen 1.926 gerealiseerd.
Amsterdam kampt met de grootste tekorten: van de 2.286 plekken voor het eerste halfjaar zijn er maar 641 ingevuld, een achterstand van 1.645 plaatsen. Ook Haarlemmer, Castricum en Haarlem scoren relatief slecht met tekorten van respectievelijk 185, 132 en 131 plekken. In totaal heeft ongeveer 86 procent van de gemeenten hun doelstelling nog niet gehaald — vergelijkbaar met de situatie vorig jaar.
Het gebrek aan huisvesting voor statushouders draagt bij aan overvolle asielzoekerscentra zoals Ter Apel; bijna een kwart van de bewoners van deze centra is al een statushouder (ongeveer 19.000 mensen). Om die druk tijdelijk te verminderen vangt Haarlem versneld 30 statushouders op en plaatst hen voorlopig in een hotel op kosten van het COA. Burgemeester Jos Wienen waarschuwt dat dit geen structurele oplossing is: "Alleen als het Rijk en alle gemeenten hun verantwoordelijkheid nemen en voldoende opvangplaatsen beschikbaar stellen, ontstaat een eerlijke spreiding..."
Een deel van het probleem ligt bij gemeenten die niet voldoende asielzoekers opnemen volgens de spreidingswet. Gemeenten hebben tot 1 juli de tijd om de doelstelling voor het eerste halfjaar 2026 te halen.