Deeg, appels, rozijnen en een dot slagroom: wat mag een punt appeltaart in Amsterdam kosten?

zaterdag, 16 mei 2026 (08:31) - Het Parool

In dit artikel:

In Amsterdam stijgen horecaprijzen al jaren, en sinds de coronaperiode versneld: het CBS noteert een prijsstijging van 27 procent sinds 2020. Tegelijkertijd voelen ondernemers margedruk door hogere huren, inkoop- en loonkosten. ING-onderzoek laat zien dat bijna vier op de tien mensen in 2025 minder uit eten wil gaan dan een jaar eerder — consumenten worden zuiniger precies nu cafés en restaurants meer moeten vragen.

Het Parool ging op zaterdagochtend het veld in en gebruikte appeltaart als casus: wat betalen Amsterdammers voor een punt, en waar ligt de psychologische grens? De uitkomsten tonen grote variatie. In sommige buurtcafés, zoals Café ’t Sluisje in Noord, kost een stuk nog €5 (slagroom €0,75), terwijl toeristische of luxeplekken zoals het Amstel Hotel €9 vragen. Tussen die uitersten zitten veel zaken waar punten tussen ongeveer €5 en €7 gaan, zoals Café Koosje (€5,20) en De Jaren (€6,20). Toch bestaan er ook ingekochte punten van dubious kwaliteit die voor €7,50 worden aangeboden, soms met extra kosten voor slagroom.

Kenmerkend is het spanningsveld tussen kostenbeheersing en kwaliteitsambities. Bij Café ’t Papeneiland — ooit één van de goedkoopste en beroemd om zijn taart — is de prijs in de afgelopen jaren gestegen van circa €4,50 naar €5,25. Barman Janne Witsenhuijsen benadrukt dat ze prijzen laag willen houden zodat ook mensen met kleine inkomens kunnen blijven komen, maar dat de inkoopprijzen (bijvoorbeeld boter) sterk omhoog zijn gegaan. Janneke Dickhout van Het Schoolhuis, die dagelijks zelf zo’n twintig taarten maakt, zegt dat ze haar prijs (nu €5,50, slagroom €1) vooral “intuïtief” vaststelt en veel moeite doet om kosten te drukken: zelf inkopen, aanbiedingen uitbuiten, naar verschillende winkels gaan en groot inkopen bij goedkopere groothandels.

Winkel 43 op de Noordermarkt, met grote volumes (ongeveer 100–160 taarten per dag) en deels eigen bakproces, houdt de prijs rond €5,30 (slagroom €1). Eigenaar Martijn Witlam stelt dat zoveel mogelijk zelf doen en schaalvoordelen helpen de kosten te drukken, maar ziet ook dat lonen en minimumloonstappen een grote impact hebben op de kostprijs. Hij erkent dat locaties met hoge huur ondernemers soms dwingen ingekochte taarten tegen hoge prijzen te verkopen; voor de klant voelt een punt van €7 al snel “schandalig”, maar zakelijk kan dat margetoel nodig zijn.

Over de psychologische grens heerst verdeeldheid. Sommige ondernemers willen onder de €5,50 blijven; anderen merken dat de acceptatiegrens opschuift: waar ooit €4 als bovengrens werd gezien, klinkt nu €6 nog gerechtvaardigd, en men verwacht dat prijzen in de komende vijf à zes jaar verder stijgen. Samengevat: hogere grondstoffen-, loonkosten en huren duwen de horecaprijzen omhoog, ondernemers proberen dat te compenseren met slimmer inkopen en eigen bereiding, maar consumentenvertrouwen en betaalbereidheid vormen de voortdurende rem op hoe ver die prijzen kunnen stijgen.