De tweekamerwoning van Milan (68) in Amsterdam-Zuid is volledig Japans ingericht

dinsdag, 7 april 2026 (06:31) - Het Parool

In dit artikel:

Milan van Tuin (68) woont op 50 m2 in de Rivierenbuurt (Amsterdam-Zuid) en heeft zijn tweekamerwoning volledig naar Japanse maatstaven ingericht. Tatamimatten, schuifdeuren met papier (shoji), noren-gordijnen in deuropeningen, twee futons op een lattenbodem en een butsudan (altaar) voor zijn overleden ouders geven het interieur een sobere, rituele sfeer. Aan de muur hangt een kakejiku met stempels en kalligrafieën van de tempels die hij tijdens zijn bedevaart bezocht; amuletten uit die tempels staan op de koelkast. Ook pronkt er een straatnaambordje met zijn naam in katakana dat hij in Japan liet maken.

Zijn fascinatie voor Japan begon als kind tijdens een vakantie in Griekenland, toen hij een groep Japanse toeristen ontmoette. Als volwassene werkte hij tijdelijk voor een Japans bedrijf en bezocht het land meerdere keren. In 2017 maakte hij samen met een vriendin een vierweekse rondreis en liep een deel van de beroemde Shikoku-bedevaart — een spirituele route langs 88 tempels die verbonden is met Kōbō Daishi, de priester die het boeddhisme in Japan verspreidde. Die ervaring leidde ertoe dat hij terugkeerde om de volledige tocht te voltooien en meditatie te verdiepen. Thuis voert hij sindsdien dagelijkse rituelen uit: wierookbrandingen, recitatie van de Hartsoetra en mantra’s, onder meer voor Kōbō Daishi; hij koestert de wens dat zijn as ooit bij Koyasan wordt bijgezet, een plek die in Japan bekendstaat om haar begraaftradities.

Van Tuin maakte zijn woning minimalistisch: geen bank of eethoek, geen tv maar wel een beamer. Tijdens de coronaperiode vouwde hij binnen vijfënhalve week duizend origami-kraanvogels — een traditioneel gebaar waarmee je een wens mag doen — en prikte die op de slaapkamerwand. Hij importeerde ook authentieke schuifdeuren uit Japan; hoewel de deuren in Nederland goedkoper konden worden gemaakt, raakte de uiteindelijke rekening door transport en afhandeling gelijk. Bij zijn inrichting besteedde hij zorg aan materialen: de tatami zijn gemaakt van geperst rijststro met een toplaag van igusa (biesgras).

Culinair houdt Van Tuin het eenvoudig: hij drinkt matcha die hij bereidt met een bamboeklopper en keurt de trend om matcha met melk te mengen af. Hij waardeert de orde en beleefdheid in Japan — mensen die zich aan etiquette houden, stilte in de trein, geen rondslingerend afval — en ergert zich aan toeristen die niet nadenken over lokale gebruiken, bijvoorbeeld bij tempelbezoek of badrituelen. Een nieuwe reis naar Japan staat op de wenslijst, maar onzekerheid over brandstofprijzen en geopolitieke ontwikkelingen maakt plannen lastig.

Kortom: Van Tuin heeft van zijn kleine Amsterdamse flat een persoonlijke, spirituele Japanse enclave gemaakt, waarin zowel esthetiek als religieuze praktijk samenkomen.