De pinguïnrots van Artis was een waar kunstwerk
In dit artikel:
In De Verdwenen Stad gaat de aflevering deze keer over Artis in Amsterdam, waar eind jaren dertig de kunstenaar Jaap Kaas een opvallende pinguïnrots ontwierp en bouwde. Kaas, die een atelier in de dierentuin had en meerdere beelden in het park plaatste, bood zijn hulp aan toen Artis financieel worstelde tijdens de economische crisis na de beurskrach van 1929. Samen met medewerkers maakte hij een kunstzinnig verblijf met veel klim-, glij- en springmogelijkheden voor de vogels.
Tegenwoordig valt die rots op omdat hij verre van natuurlijk oogde: er zat een glijbaan in waarvan onduidelijk is of pinguïns die daadwerkelijk gebruikten, en het geheel was relatief klein. Aanvankelijk werden verschillende pinguïnsoorten bij elkaar gehouden; nu beperkt Artis zich tot de Afrikaanse pinguïn. Verzorgers en historici wijzen op praktische tekortkomingen van het oude bouwwerk: bezoekers konden te dicht bij de dieren komen, er waren te weinig nesten en beschutting, en de harde ondergrond is ongezond voor de voeten van pinguïns. Toch werd het verblijf in zijn tijd als modern gezien, omdat men rekening hield met zwem- en springgedrag.
In de late jaren vijftig besloot Artis het verblijf te vernieuwen: het kreeg een natuurlijke ondergrond, meer en afgeschermde nesten en een indeling die beter aansluit bij hedendaagse inzichten in dierenwelzijn. Die aanpassingen leidden tot grotere rust bij de vogels en betere broedresultaten. De pinguïnrots van Kaas bleef nog een tijd als speelplek voor kinderen in gebruik, maar werd uiteindelijk gesloopt en bestaat nu alleen nog in herinnering en beeldmateriaal.
Korte context: de ontwikkeling van het pinguïnverblijf illustreert hoe dierentuinen door de decennia hun inrichting herzien op basis van nieuwe kennis over diergedrag en welzijn. Ook weerspiegelt het verhaal hoe kunstenaars als Jaap Kaas betrokken raakten bij publieke instellingen in moeilijke tijden. Vandaag de dag staat de Afrikaanse pinguïn op de Rode Lijst, wat benadrukt waarom moderne, soortgerichte huisvesting en bescherming belangrijk blijven.