De bever is welkom aan de rand van Amsterdam: 'Er zijn interessante parallellen met de wolf'

zaterdag, 20 juni 2026 (03:02) - Het Parool

In dit artikel:

Eind 2024 wezen sporen bij Breukelen op de komst van een bever, waardoor het waterschap Amstel, Gooi en Vecht alarm sloeg vanwege de nabijheid van een waterkering. Beverbeheerder Remy Visscher (24) ontdekte dat het niet bij één dier bleef: anderhalf jaar later is de oorspronkelijke bever uitgegroeid tot een groep van ongeveer twintig individuen die zich van Breukelen langs de Vecht uitstrekt naar Weesp, Muiden en Diemen. Op kaarten van Visscher staan meer dan honderd vindplaatsen met knaagsporen, vooral zichtbaar vanaf het water.

Het waterschap voert nu regelmatig inspecties van dijken en oevers uit en houdt beverpatrouilles per boot. Inspectie richt zich op locaties die geschikt zijn als woongebied: aanwezigheid van voedsel (wilgen, berken, populieren in de winter; waterplanten in de zomer) en sporen van burchten en sporen in riet en takken. Visscher legt uit dat bevers onder water vaak de toegang tot hun ondergrondse gangen maken; die gangen kunnen tientallen meters lang zijn en binnenvertrekken van twee meter hoog hebben. Dat graafgedrag is precies waar de zorg om draait: als bevergangen onder dijken of zelfs woningen ontstaan, kan dat ernstige schade veroorzaken — in Limburg zijn huizen onbewoonbaar verklaard door burchten onder funderingen.

Bevers zijn een beschermde soort; voor verstoring is een ontheffing nodig. Er komt een landelijk beverprotocol dat per provincie wordt ingevoerd, met regels voor wanneer en hoe ingegrepen mag worden. Het uitgangspunt is diervriendelijk handelen: een burcht wordt pas verwijderd als zeker is dat deze leeg is. Dat staat in contrast met de aanpak van invasieve knaagdieren als muskusratten en beverratten, die wel bestreden mogen worden omdat zij hier niet van nature voorkomen.

Vooralsnog kiest Amstel, Gooi en Vecht voor coëxistentie: de dieren zijn welkom zolang ze uit de buurt van dijken, wegen en spoor blijven. De bezorgdheid blijft echter reëel: een paartje krijgt gemiddeld vier jongen per jaar en jonge bevers zoeken nieuw territorium. Als de populatie groeit, zullen jonge dieren ook minder geschikte, risicovolle plekken kiezen en neemt de kans op serieuze schade toe.

Monitoring gebeurt onder andere met wildcamera’s; beelden laten bevers zien die rustig takken knagen, en het karakteristieke knabbelgeluid. Of bevers straks dichter bij Amsterdam zullen gaan settelen is onzeker: plekken als de Diemer Vijfhoek, Flevopark en Zeeburg zijn theoretisch geschikt en er zijn al sporen gevonden, maar in de stad ontbreekt vaak het aaneengesloten territorium van 3–4 kilometer dat deze dieren nodig hebben. Het waterschap blijft waakzaam en balanceert tussen natuurwaarden en waterveiligheid.

BEKIJK OOK:

De Oranjezomer: 'Wat mij opvalt is dat de naam van Mark van Bommel niet voor het Nederlands Elftal genoemd is'