'Dat Amsterdam Kwaku als Surinaams ziet is een mooie erkenning, maar verbind er ook bestuurlijke consequenties aan'

vrijdag, 7 augustus 2026 (18:02) - Het Parool

In dit artikel:

John Olivieira-Siere pleit ervoor Kwaku niet langer uitsluitend als jaarlijks festival te benaderen, maar ook als immaterieel erfgoed. Hij bezocht het evenement in Amsterdam-Zuidoost als Rotterdamse tiener en zag daar aanvankelijk vooral voetbal. Later realiseerde hij zich dat Kwaku voor veel Surinaams-Nederlandse bezoekers ook een belangrijke plaats is voor ontmoeting, cultuur, gemeenschapsvorming en het doorgeven van identiteit aan volgende generaties.

Volgens Olivieira-Siere verenigt Kwaku inmiddels al ruim vijftig jaar sport, muziek, ondernemerschap, geloof en familie. Daarmee heeft het volgens hem de kenmerken van een levende culturele traditie die zich ontwikkelt en wordt overgedragen. Hij verwijst naar Keti Koti en het Rotterdamse Zomercarnaval als voorbeelden van tradities die al erkenning als immaterieel erfgoed kregen.

De huidige benadering legt volgens hem te veel nadruk op de praktische organisatie van de volgende editie. De organisatie zou per festival ongeveer 1 miljoen euro besteden aan beveiliging, verkeersmaatregelen en andere vergunningsvoorwaarden. Bij circa 100.000 betalende bezoekers betekent dat gemiddeld 10 euro per entree; van een omzet van 2,7 miljoen euro gaat daardoor meer dan een derde naar randvoorwaarden, nog los van de culturele programmering.

Die veiligheidsuitgaven zijn deels noodzakelijk, maar erfgoedbeleid kan volgens de auteur zorgen voor een langere termijnvisie met aandacht voor educatie, overdracht en continuïteit. Amsterdam kende Kwaku in 2025 bij het vijftigjarig bestaan een Jubileumpenning toe en omschreef het festival daarbij als Surinaams erfgoed. Olivieira-Siere vraagt welke concrete gevolgen die erkenning krijgt. Volgens hem zijn niet per se extra middelen nodig, maar wel een meerjarige aanpak van gemeente en Rijk, samen met de gemeenschappen die Kwaku dragen.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Jesse Klaver tegen Wilfred Genee In de Wandelgangen: 'Dat ga ik je hier niet zeggen!'