Cartoonist Jip van den Toorn: "Een verzetsdaad hoeft niet groot te zijn"
In dit artikel:
Cartoonist en illustrator Jip van den Toorn hield in de Haarlemse Bavokerk de jaarlijkse Willem Arondéuslezing, een traditie waarmee Provinciale Staten de verzetsdaad van Arondéus (die op 27 maart 1943 het bevolkingsregister bombardeerde) herdenkt. Arondéus was kunstenaar en openlijk homoseksueel; elk jaar nodigt de provincie daarom een maker uit om over vrijheid te spreken. Van den Toorn gebruikte die oproep om te benadrukken dat verzet niet per se groots of heroïsch hoeft te zijn.
Ze gaf toe gespannen te zijn omdat ze vooral via Instagram werkt en niet gewend is direct publiek te spreken — ze vroeg daarom zelfs om een beamer om cartoons te tonen, maar die was er niet. Aanvankelijk twijfelde ze of zij wel de juiste persoon was om over vrijheid te praten, zeker gezien eerdere sprekers met directe oorlogservaringen. Dat bracht haar tot de kern van haar lezing: de vraag “wiens probleem is het?” — en het idee dat verantwoordelijkheid niet mag wachten tot mensen persoonlijk worden geraakt.
Van den Toorn ziet haar tekeningen als kleine vormen van verzet: ze maken het voor anderen gemakkelijker zich uit te spreken en kunnen inspireren. Tegelijk erkent ze dat de omvang van hedendaagse problemen verlammend kan werken; daarom pleit ze voor kleinschalige, concrete acties — van taalles voor vluchtelingen tot boodschappen doen voor buren — als dagelijkse tegenmacht. “Dat swipen we letterlijk weg op onze telefoons,” zegt ze over de neiging om negatieve ontwikkelingen te negeren.
Ze benadrukte ook het voorrecht van vrijheid van meningsuiting in Nederland en zette dat af tegen de risico’s die collega-cartoons in landen als Iran lopen. Tegelijk geeft ze aan dat zij inmiddels meer zelfcensuur toepast: haar beelden zijn vaker verduidelijkend omdat ze minder vertrouwen heeft in hoe het publiek ze interpreteert. Tot slot waarschuwde ze dat we ons in bredere zin al in een soort oorlog bevinden — met cyberaanvallen en civiele voorbereidingen — en dat het nu relatief weinig kost om op te staan en te protesteren: een luxe die benut moet worden.