Amsterdam lag er in de jaren 60 dramatisch bij: 'De stad is door het oog van de naald gekropen'
In dit artikel:
Walther Schoonenberg beschrijft in zijn nieuwe boek Amsterdam bijna gesloopt hoe de historische binnenstad in de naoorlogse decennia al bijna verdween door sloopbeleid en verwaarlozing, en hoe die neergang door gezamenlijk herstelwerk en activisme werd gekeerd. Schoonenberg (67), jarenlang actief namens de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad, schetst een beeld van een stad in de jaren 50–70 waarin veel panden provisorisch werden gestut, duizenden woningen onbewoonbaar waren en gemeentelijk beleid juist op afbraak mikte om plek te maken voor kantoren en brede wegen. Zoals hij zegt: “Amsterdam is door het oog van de naald gekropen.”
Het verhaal plaatst niet de dramatische Nieuwmarktrellen van 1975 centraal maar de decennia daarvoor, toen monumentenzorgers zoals Geurt Brinkgreve herstelprojecten organiseerden en daarmee een alternatief lieten zien voor het afbraakdenken. In plaats van alleen te protesteren restaureerden deze organisaties en stichtingen (zoals Stadsherstel en Diogenes) strategisch hoekpanden en gevels om een breed voorbeeld-effect te bereiken: één opgeknapt pand kon de omliggende straten veranderen en particulieren aanzetten tot navolging. Die aanpak leidde ertoe dat de binnenstad als ensemble werd hersteld; niet één groot monument, maar de massa van vernieuwde huizen maakte het stadsbeeld weer aantrekkelijk en leefbaar.
Schoonenberg benadrukt dat monumentenzorgers en buurtactivisten uiteindelijk vaak hetzelfde doel nastreefden: het behoud van de stedelijke biotoop. De restauraties waren niet louter nostalgie maar doelbewuste marketing en praktijkproeven die aantonen dat herstel haalbaar was. Daardoor sloeg het tij: waar eerst slechts de helft van de binnenstad bewoond was, ontstond geleidelijk een hernieuwde woonfunctie en aantrekkingskracht.
Tegelijk waarschuwt Schoonenberg dat dat succes ook problemen creëert. De aantrekkelijkheid van de binnenstad heeft geleid tot sterke prijstoenames en verdringing; het evenwicht tussen wonen en werken en tussen rijkere en minder welgestelde bewoners staat onder druk. Hij erkent dat geld voor onderhoud nu wél beschikbaar is — een positief gevolg van gentrificatie — maar waarschuwt dat het sociale mengsel dat in de jaren 70 werd bevochten, langzaam verdwijnt. “De woonomstandigheden wáren onaanvaardbaar,” constateert hij over het verleden, en stelt dat behoud vandaag vraagt om bewust beleid om te voorkomen dat de binnenstad verandert in een exclusief welstandsenclave.
Het boek fungeert voor Schoonenberg als documentatie en oproep: herinner de kwetsbaarheid van de stad en werk aan balans tussen behoud, toegankelijkheid en levensvatbaarheid. De publicatie Amsterdam bijna gesloopt: het verhaal van de wederopbouw van de binnenstad (Prometheus) wordt begeleid door een gelijknamige tentoonstelling in het Grachtenmuseum op de Herengracht, te zien tot 28 juni. Journalist Marc Kruyswijk, die het stuk schreef, volgt al jaren thema’s rond wonen en verkeer in Amsterdam.