17 jaar cel voor Timothy B. (33) voor doden en verminken moeder in Landsmeer
In dit artikel:
Timothy B. (33) is door de rechtbank veroordeeld tot 17 jaar gevangenisstraf voor de moord en verminking van zijn moeder in januari vorig jaar in Landsmeer. De rechters oordelen dat hij haar op 8 januari door het hoofd schoot, haar in hals, wang, nek en borst stak en daarna de benen van het lichaam afsneed; die benen zijn nooit teruggevonden. Ook zou hij geprobeerd hebben het lichaam te verwijderen. De moeder (52) werd op de avond van 9 januari in de badkamer van zijn woning aangetroffen nadat zij ruim een dag eerder als vermist was opgegeven.
De rechtbank weegt mee dat B. geen berouw toonde en de familie lange tijd in onzekerheid hield. In het Pieter Baan Centrum bleek hij te kampen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis en intensief drugsgebruik, maar de psychologische onderzoeken lieten volgens de rechtbank niet zien dat er ten tijde van de feiten sprake was van een zodanige ziekelijke stoornis dat zijn verantwoordelijkheid verminderd zou zijn. Daarom rekent de rechtbank hem de feiten volledig aan. Naast de celstraf krijgt hij een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd: verplicht behandeltraject na vrijlating, waarvan de concrete invulling nog openstaat. Dit is geen TBS met dwangverpleging, die het Openbaar Ministerie had geëist; de rechtbank vond het deskundigenrapport onvoldoende om een verhoogd risico op herhaling van ernstig geweld vast te stellen.
Volgens reconstructies hoorden buren rond 20.00 uur die avond twee harde knallen in zijn huis. Kort daarna zocht B. op zijn telefoon naar een schoonmaalmachine en parkeerde later de auto van zijn moeder bij een McDonald’s aan de IJdoornlaan in Amsterdam-Noord. Hij gedroeg zich verward, liep volgens eigen opgave langs het water van de Nieuwe Gouw richting Landsmeer en gaf familie later tegenstrijdige verklaringen over haar verblijf. De volgende middag trof zijn ex in zijn woning een bloedbad aan; zij schakelde de politie in waarna hij werd aangehouden in haar woning. Voor de door B. genoemde verdenking van seksueel misbruik uit zijn jeugd is geen bewijs gevonden.
Zowel de verdediging als het Openbaar Ministerie hebben twee weken om in hoger beroep te gaan.